KUNST BIJ DE CARABINIERI
Ons eerste bezoek aan het bureau van de CARABINIERI in Codroipo was best wel apart en maakt zeker dus deel uit van onze inburgering in ons nieuwe vaderland.
Wij werden de dag tevoren gebeld om een verklaring te komen opstellen ten overstaande van een luitenant van deze militaire politie en of wij om 14:00 uur te zijne kantore aanwezig konden zijn. Dus na de lunch snel even een paar baantjes zwemmen, dan de kleren aan en op weg naar Codroipo. We zetten de auto vóór de ingang van de vestiging van de carabinieri en terwijl wij naar het hek liepen, ging dat open. “Och, wat fijn dat ze dit automatisch openen, want ik zie nergens een bel”, zo gaf ik Giacomo aan. Uit een deur kwamen mensen en die hielden de deur voor ons open. En daar stonden we in een kleine hal met wat deuren en een aangrenzende gang om ons heen kijkend welke weg we zouden moeten vervolgen.
“Wat doen jullie hier?” Een jonge vrouw in een prachtig ogend kostuum snauwde ons hard toe. “Wie zijn jullie?”
“Goedemiddag jonge dame, wij zijn Adriano en Giacomo!”
“En wat moeten jullie hier?”
“Wij zijn twee mensen die hier om 14:00 uur een afspraak hebben, gemaakt door een van jouw collega’s!”
“Jullie mogen niet hier in deze ruimte zijn!”
“Oh, alle deuren opende zich voor ons en wij voelde ons al echt welkom!”
“Jullie ID kaarten!”
“Oh, dat is geen probleem, die hebben we bij ons!”
“Hier, in deze ruimte wachten!”
We hebben geen enkele keer het woordje ‘alstublieft’ gehoord en ik denk niet dat wij ons daarin vergissen. Wat ons echt ‘stuppeerde’ was deze vijandige benadering, een bijzonder onvriendelijke bejegening alsof we zware criminelen zijn. Is dat nou nodig? In mijn leven als jurist is mij dit nog nooit overkomen, ik ben altijd nauw bevriend geweest met alle soorten politie-eenheden. Ook toen ik directeur HRM was van de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit heb ik met alle opsporingsdiensten een prettige werkrelatie opgebouwd en nimmer zo’n agressief vijandig gedrag aan de zijde van collega politiediensten meegemaakt.
Na 15 minuten wachten in de hal waar dit prachtige kunstwerk van onze vriend Antonio Fontanini (die een paar maanden geleden ook bij ons heeft geëxposeerd) hing, kwam een heel aardige mijnheer zich verontschuldigen dat hij helaas toch geen tijd had om onze verklaringen op te maken. Of we een andere keer konden terugkomen. “Krijgen we dan wel eerst ons ID-kaarten terug?”
Toen wij – verrijkt met onze ID kaarten – uitgeleide kregen, zagen we dat wij een dienstingang hadden gebruikt om binnen te komen en niet de officiële ingang voor ‘gasten’. Wellicht dat we de volgende keer als we wel de officiële ingang gebruiken, wat lieflijker worden ingehaald en wat vriendelijker worden bejegend! Of is dat ‘wishful thinking?’
P.S.: ‘stuppeerde’ in de zin van het Engelse woord stupified
